jtemplate.ru - free extensions for joomla

Mijn woorden....

Op deze pagina deel ik graag mijn teksten. Vanalles wat mij op mijn pad komt. Van fragmenten uit mijn levensverhaal, tot gedichten over iets waar ik mij over verwonder, tot overdenkingen over zaken uit onze leefwereld. En zoveel meer....

 

 

De negen eendjes

Ik doe echt mijn best mijn mond te houden. Serieus. Ik vind oprecht dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid draagt en dat ieders eigenheid belangrijk is. Als je het wilt doen, wie ben ik dan om daar iets over te zeggen? En toch, toch zijn er van die dagen dat mijn lippen pijnlijk aanvoelen, mijn tong rauw. Van het dichthouden, bijten, niets zeggen, niet mee bemoeien. Niet dat verhaal delen van die twee keren dat...

En dan zit ik in de wachtkamer van het UMC+ voor de MRI (omdat het leven nou eenmaal ook vanzelf zooi op je pad brengt zonder dat daar iets aan had kunnen veranderen) en daar ligt dan dat tijdschrift. Zo'n tijdschrift dat ik echt nog nooit ergens ben tegengekomen. Ik blader zonder eerst de kaft te bekijken. Het gaat over allerlei verslavingen. En dan lees ik 'Mythes over tabaksverslaving'.Vooral het deel over de eendjes raakt me.

 Ik hoor mijn vader nog zeggen:

'mijn vader rookte stevige sigaren en werd 94,

gerookt vlees houdt het langst,

ergens moet je aan doodgaan'

En zo is het. Ergens moet je aan doodgaan. Zijn laatste dagen diep naar adem snakkend. De sigaret ging toen niet meer. Hij stierf aan longkanker met uitzaaiingen (tumor) in de hersenen. Exact, echt helemaal exact hetzelfde als mijn moeder elf jaar eerder. Hij werd 72, zij 54. Ik kan het niet helpen, maar elke keer wanneer ik iemand zie roken, vraag ik me toch af hoe het zou zijn gelopen zonder het effect ‘sigaretten’ in hun longen. Waren ze nu dan nog bij ons? Ergens voel ik me toch door hen in de steek gelaten. Nee dat bedoelden ze niet zo, maar de feiten liggen er wel. Zij horen bij die negen eendjes die de overkant niet redden. Sja, ik zie de roker en dan is daar toch vooral dat geloof in ieders eigenheid en druk ik mijn lippen stijf op elkaar. Mijn handen ballen tot vuisten, ik probeer het beeld van zowel mams als paps laatste dagen te verbannen. Ik adem diep in, voel hoe lucht mijn longen vult, ik loop door.

©Esther van der Werf - 31 mei 2018 (anti-tabaksdag)

 

Esther van der WerfIMG 7188zozieje

 

 

 

Geschiedenis

Al je aardse,

zinloos zonder jou

Jij was de samenhang

Je boeken,

liefdevol verzameld en gelezen

In Gamma verhuisdozen

Alles schreeuwt

Ik ben stil

 

Het is niet anders,

zeg jij

in mijn hoofd

Steeds weer

 

Je kantoor zonder je boeken

Een leeg karkas

Al ’t jouwe

vult

andere kasten

Kleedt andere lijven,

met dezelfde maat

Dekt andere tafels,

zonder jou aan ’t hoofd

En ook

vult het de stortplaats

Zó tegen

jouw duurzame principe

 

Het is niet anders

 

Langzaam valt je materie

Uiteen

Hier in mijn kast

Nestelt nu een boek

Over vrouwen in de oorlog

Zo’n veertig jaren het jouwe.

Een stukje van jouw aardse,

reist nu met mij mee,

krijgt andere zin

Ik streel de kaft

Van deze én onze

Geschiedenis

  

© Esther van der Werf

10 augustus 2017

 

 

___________________________________________ 

Samenloop voor Hoop Roermond op 10 en 11 juni 2017

Esmée Breugelmans schreef een ontroerend lied hiervoor. 

https://www.youtube.com/watch?v=gFdbtg4MgQM

Dit inspireerde mij tot:

 

Ik blijf

ik wijk niet van jouw zijde

te vaak het enige dat ik kan

in niet weten wat

waarom

  

ik ben er

tot op de rand

waar jij verder

  

liefdevol

blijven

ik wijk niet van jouw zijde

het enige dat er nog toe doet

© Esther van der Werf 5 juni 2017

 

 

 

Rouw is rauw….         

                                     

Ik meende het te weten hoor. Alle opa's en oma's verloren, hetgeen op mijn leeftijd nogal normaal is. Van de papa's en de mama's leeft er nog eentje. De anderen foetsie op 54, 69 en 72-jarige leeftijd. Belachelijk jong, zo voel ik nu. Mijn schoonmama is gelukkig een kwieke tachtiger die toch op zijn minst 95 gaat worden, heb ik zo besloten. Maar nu, nu is het ineens toch een stapje heftiger. Een vriend, mijn beste vriend, is aan de beurt. Één-en-zestig jaar jong. En ineens draait de wereld anders. Als je een vriend verliest bij wie je terecht kon met je zorgen, met je grappige anekdotes, met je vragen, sja dan valt er veel 'delen' weg. En er valt een stukje gemeenschappelijke geschiedenis weg. Natuurlijk heb ik mijn echtgenoot nog, met wie ik ook mijn dingen deel, en andere fijne vrienden. En zoonlief die me met zijn heerlijke praktische kijk op dingen ook weer helpt. Ik wist het wel al maar nu valt het pas echt goed op:  ik deel mijn 'dingetjes' niet met alle vrienden op een zelfde manier. En een deel van mij kan niet meer delen met wie ik zo graag deelde. 

 

En ineens is het alsof de wereld anders draait. De balans is zoek. Ik die allang meende te weten wat rouw is. Arrogante tut. Ik word verrast. Want rouw blijkt anders als het om een leeftijdsgenoot gaat (nou ja paar jaartjes verschil toch wel), wat je deelde maakt verschil in wat je mist. Dat had ik me natuurlijk van te voren kunnen bedenken. Dat deed ik ook wel, met mijn verstand. Het gevoel is toch net even andere koek.  Ik ken alles fases van rouw, veel theorie. En het helpt geen donder. Het maakt niet dat ik versneld hierdoorheen kan. Zo werkt het niet. Ik laat het gebeuren, voel met elke vezel verdriet. Willen versnellen heeft geen zin. 

 

In mijn werk als schrijfdocent voor de schrijfgroep bij het Toon Hermans Huis kom ik natuurlijk ook veel van deze emoties tegen. Ik ben juist heel bewust daar, in de hoop iets voor hen te kunnen betekenen. Ik realiseerde me al eerder, dat verdriet niet te meten of te vergelijken is. Nu voel ik het verschil. Nu ik voel, weet ik des te meer dat ik nooit kan voelen wat de ander voelt. Ik ben dankbaar dat dat sowieso nooit mijn standpunt was. Met open oor luisteren, en de ander zijn of haar verhaal laten doen. Aftasten wat die ander nodig heeft en er proberen op die manier te zijn. Ik merk nu zelf hoe belangrijk dat is. Ik ben dankbaar voor alle lieve appjes, telefoontjes, zelfs bloemen en kaarten die ik kreeg. 

 

Vandaag is hij elf dagen dood. Elf dagen waarvan ik er acht doorbracht in regel-stand. Hij had mij gevraagd zijn zoon te helpen met het regelen van zijn uitvaart. Dat heb ik met volle overgave gedaan. Dat waren alvast acht dagen die nog met hem gevuld waren. Zonder dat ik me daar op die manier van bewust was hoor. Ik merk het nu pas. Want nu komt de rust, nu komt het niets. Het gaat van veel telefoongesprekken met hem en bezoeken aan hem, regelen voor hem, naar gesprekken in mijn eigen hoofd. Zoveel gedachten dat mijn hoofd lijkt te ontploffen. Hoe doe je dit? Dit rouwen? Ik heb geen idee. Ik denk steeds meer dat er geen vast recept is. Ieder mens is anders, elke relatie is anders. Rouw is rauw. Keihard werken. Gisteren en vandaag had ik behoefte een servies kapot te gooien. Dat is toch wel wat vervelend qua rotzooi en kosten, dus ik heb die behoefte aan energie eruit gooien omgezet in opruimen, een joekelgrote dode buxus nu eindelijk uit de pot en in kleine stukken hakken. Met grof geweld de enorme kluit klein slaan. Met spade en daarna met handbijl, bijna moordzuchtig de wortels te lijf. Volle energie erin. Als de buren niet thuis waren geweest had ik misschien het lef gehad te schreeuwen. Want dat is wat mijn lijf doet en mijn keel wil: schreeuwen. Mijn mond is stil. De tuin steeds keuriger en het huis opgeruimd. Toch moet ook via mijn keel het verdriet eruit. In de auto gaat Herbert Grönemeyer op standje oerhard en ik gil nóg harder mee. Niemand die er last van kan hebben, dus ik doe. Ik doe alsof ik zing maar het is wat het is: ik schreeuw.

 

Na al dat hakken, opruimen en schreeuwen is hij nog steeds dood. 

©Esther van der Werf - 23 mei 2017 

 

 

 

Esther van der Werf- 2017-03-01 Gedicht-Vandaag is een dag-zozieje

 

 

 

Beloftes….

 

Precies dezelfde strakblauwe hemel als vijfentwintig jaar later. De zon warmde zich in de ochtend al op voor de dertig graden die ze later die dag zou brengen. Mijn moeder kwam te laat terug van de kapper omdat ze op de terugweg bij een ongeluk assisteerde. Het bruidsboeket vond ik ronduit lelijk geworden. Ik zei er niets van. Waarom het überhaupt belangrijk was? Het zullen de zenuwen van de dag en mijn, toen nog vaak allesoverheersende, hang naar perfectie wel geweest zijn. Het relativeren kwam later pas goed in mijn leven.

 

De belofte en schittering in de ogen van mijn bruidegom daarentegen waren ook toen al het belangrijkste. Mijn ogen straalden vast op dezelfde manier. Mijn opa’s en oma’s waren er allemaal nog bij. Mijn ouders en schoonvader leefden toen ook nog. Van de lieve mensen op familiefoto, op de trappen van de basiliek, is de helft niet meer bij ons. Van opa’s en oma’s verwacht je dat wel. Van je ouders niet. Gelukkig hebben we nog één moeder over, zijn onze broers en zus er nog. En erbij kwamen ons kind, andere kinderen, aangetrouwden, vrienden en familie bij. Vandaag voelt het samenzijn kwetsbaarder. Geen beloftes. Slechts zijn. Vandaag. Nu.

 

Toen wij trouwden hadden we net ons horecabedrijf gekocht. Ik bedacht me toen dat we in het jaar 2016 veel te vieren zullen hebben. Beiden vijftig jaar (dat leek ondenkbaar want bijna bejaard), zilveren bruiloft en de zaak ook vijfentwintig jaar. Geen moment denk je er dan over na dat dingen misschien iets anders gaan lopen. Ohh jeugdig vertrouwen. De zaak verkochten we na negen jaren hard werken. Er kwamen niet de drie ‘geplande’ kinderen, wel een prachtige zoon waar we intens van genieten en dankbaar voor zijn. En dit jaar bracht ook, dat samen oud worden ineens niet zo vanzelfsprekend is. Door de jaren heen sneuvelden veel vanzelfsprekendheden. Beloftes slaan steeds meer om in uitgesproken hoop.

 

En dan ineens, als uit het niets, is deze dag er. Een stralende dag met een nog stralender gevoel. Ik ben er. We zijn er samen. Geen groots feest vandaag. Daar hebben we, door negen jaren bruiloften verzorgen, zelf niet meer zo’n behoefte aan. Groots zit steeds meer in klein. Ons geluk zit in de momenten samen. Nu vieren we in kleine brokjes, die voor mijn tijdelijk geknakte energie te behappen zijn. Met intense aandacht voor de lieve mensen om ons heen.

 

Een stralend blauwe hemel, de belofte van een warme dag. Niets is nog vanzelfsprekend. Elk moment samen proef ik als kostbaar. Ik zeg dank.

 

©Esther van der Werf - 30 augustus 2016

 

 

Jippie! Mijn teller tikt door…

 

Er waren dit jaar dagen waarop ik dacht dat 49 jaar mijn eindstation werd.  Ik zag al een datum op mijn grafsteen: 16 mei 2016. Zo ineens door een makkelijke operatie, die ze vaak doen. ‘Maakt u zich geen zorgen mevrouw’. Dat deed ik dus ook niet. Na een nachtje ziekenhuis zou ik thuis zijn. Het werden vijf weken. Na de eerste negen dagen, waarvan drie op de intensive care, werd ik in ambulance naar het Maastricht UMC vervoerd waar ik met spoed weer geopereerd werd. Mijn redding.  Wat een fantastisch team daar! In koesterende zorgzaamheid hielpen ze mij vakkundig weer naar een goede gezondheid. De zomer en herfst gingen op aan revalidatie thuis.  En al ben ik nog niet helemaal op mijn ‘oude’ gezondheidspeil: ik ben goed op weg.

 

Nu kijk ik naar de kerstboom van 2016 en ben emotioneler dan normaal met kerst. Niets is meer vanzelfsprekend. Het is niet vanzelfsprekend dat alles goed gaat. Dat weten we trouwens wel al langer maar zo intens duidelijk als dit jaar was het nog nooit.  Het gaat dit keer niet over grootouders, ouders, dierbare vriend, nee het gaat om mijn eigen leven.  Ons gezin. Mijn kind zonder moeder.  Mijn man zonder vrouw. En dat heeft andere impact. Ineens zit ik zelf in die situatie. Ik dacht toch altijd nog dat de tachtigers aan de tafel eerst aan de beurt zijn. En ook van hen hoop ik dat het nog lang geen tijd is. Ik realiseer me hoezeer ik ze zal missen. Hoeveel gemakkelijker is het geworden om nu de woorden te zeggen die ik in mijn hart voel. Ik zeg hen hoe fijn het is dat ze er zijn. Er is geen later. Er is alleen nu. Ik ben dankbaar om het nu. De tafel die gevuld is met lieve mensen, waarvan ik er geen één wil missen.

 

Toch ben ik niet alleen zachter geworden. Ik merk ook dat er dingen zijn waarvoor ik geen tijd meer heb. Ook omdat ik gewoonweg nog niet op mijn oude energiepeil ben, en dus moet kiezen waaraan ik mijn energie besteed. Dat heeft me wel geholpen om mijn prioriteiten helder te stellen. Ik kies duidelijker. Zoals met die moeder op het schoolplein, die sinds mijn week van ziek-zijn en bijna sterven ineens boos op me blijkt te zijn. Ik heb werkelijk geen idee waarom en ze wil het me niet zeggen. Eerder zou ik daar nog enkele pogingen tot communicatie aan gewaagd hebben. Veel moeite in gestoken hebben. Herhaaldelijk met mijn kop door de muur, daar was ik goed in. Nu haak ik na één poging af. Zij wenst haar boosheid te koesteren, zonder mij een kans te geven goed te maken wat ik fout gedaan zou hebben, of er op zijn minst over te praten. Ik vind dit niet leuk want zo wil ik niet leven maar ik accepteer nu dat ik blijkbaar geen invloed heb op haar boosheid.  Ik kies ervoor geen energie meer in haar te steken. Dit is maar een voorbeeld van meerdere keuzes die ik nu maak. Wel moet maken. En zo wil blijven maken. Ik heb ervaren hoe kort dit leven is. Het kan ineens, klabamm, over zijn. En al mag ik negentig worden dan nog is het te kort voor dit soort zaken. 

 

Mijn energie steek ik nu in mijn gezondheid, mijn gezin, dierbare vrienden en familie en mijn werk. Ik heb het gevoel dat keuzes maken vanuit mijn hart gemakkelijker is geworden. En daar ben ik dankbaar voor.  

 

Toen ik veertig werd vond ik dat een vreselijke verjaardag. Ik had me in mijn hoofd gezet dat wij op ons veertigste drie kinderen zouden hebben. Sja, als kind van babyboomers is mij de maakbaarheid van het leven met de paplepel ingegoten. Die kinderwens leek niet uit te komen. En dat is ze ook niet volledig. Ik heb inmiddels geaccepteerd dat drie kinderen niet voor ons was weggelegd want ohhh hoe mooi het toch nog werd! Nee, we kregen niet mijn eerste wens van drie maar hadden wel geluk dat we die ene mochten krijgen. Een waar geschenk. Twee maanden na mijn veertigste verjaardag was ik zwanger van onze zoon. Dit afgelopen decennium gebeurde verder vooral veel in ons leven wat absoluut niet leuk was. Maar we staan overeind, samen gezond, met een prachtkind en veel lieve mensen in ons leven. Nu verheug ik me op morgen, de dag dat ik vijftig word. Ik voel een geluksfeest in mij zoals ik dat nooit eerder voelde.

 

Het leven leerde mij dat al die angst om wat niet zal zijn, mis kan gaan of gewoonweg niet lukt, geen enkele zin heeft. Elke dag die je zo doorbrengt is een verloren dag. Het leven brengt nou eenmaal ook veel troep. Kunst is de feestjes eruit te filteren en de meeste aandacht te geven. Aandacht laat alles groeien.

 

Vind ik het erg om vijftig te worden? Absoluut niet! Al dat fatale gedoe over moeilijke ‘oude’ getallen: ik doe niet meer mee. Ik sta springlevend, voel me jonger dan tien jaar geleden. Vandaag is weer een dag in mijn leven erbij. Een dag waarop ik me vreugdevol in leven voel. Met zoveel mooie plannen en hoop.

 

Elke morgen 'hoor' ik mijn vader weer zeggen:  

Goedemorgen! Opstaan! Er is een nieuwe dag begonnen. Het zonnetje schijnt!

 

Hallo vijftig! Hier ben ik en ik heb zin in deze nieuwe dag!

©Esther van der Werf  -  27 december 2016

 

 

Een kaarsje...

Of er iemand daarboven persoonlijk zit te kijken voor wie ik een kaarsje aansteek? Het zou mooi zijn. Maar nee, dat is me toch net iets te veel om te kunnen geloven. Degene zou gek worden van alle boodschappen vanaf deze aarde. Waarom doe ik het dan toch? En zo vaak? En meestal zonder dat degene voor wie ik het kaarsje opsteek het weet?  Het heeft te maken met hoop. Hoop dat er ergens toch die iemand is die wij God noemen en dat die het allemaal wel zal komen fiksen, wat ook de reden tot het kaarsje is.  Rijbewijs halen, examens, ziekte, en zoveel meer, ik steek een kaarsje aan. Ik hoop dat dingen goed komen. Ik hoop dat het helpt dat ik aan iemand denk.

Enkele maanden geleden kreeg ik van één van ‘mijn’ schrijfsters in het Toon Hermans Huis Sittard het verzoek haar op een bepaalde dag, op een bepaald tijdstip licht te sturen. Ik was volkomen onthutst. ‘Hoe werkt dat dan en wat doe ik dan voor je?’: mailde ik haar. Haar antwoord was magisch: Als ik aan haar denk, dan helpt dat. Ik dacht aan haar en stuurde haar het licht zoals zij me vroeg. In gedachten. Haar geloof ontroerde mij. Haar lef om te vragen ontroerde mij. Of ik denk dat het feitelijk helpt haar te genezen? Is dat relevant? Op datzelfde tijdstip stak ik een kaarsje voor haar aan. Mijn gebruikelijke manier van licht sturen, hoop houden en om steun vragen. Een kaarsje, altijd bedoelt voor een ander, helpt mij te geloven dat daar waar ik niet feitelijk iets kan doen, ik wel kan steunen door hoop en licht te ontvlammen. Dat troost mij dan weer. Soms helpt het ook om machteloosheid toe te geven. Vaak zijn we overgeleverd aan andere machten. Het licht ontsteken is voor mij ook een symbool van het uit handen geven. Aan wie of wat? Daar heb ik geen zekerheid over.

Het valt me op dat hoe ouder ik word, hoe vaker ik een kaarsje ontvlam vanwege zeer ernstige zaken. Komt het door mijn levensfase dat het meer op mijn pad komt? Komt het door mijn toenemend voelen dat niets vanzelfsprekend is? Steeds vaker geniet ik intens van kleine lieve gebaren van mensen om mij heen, maak ik me niet meer druk om degenen die er niet voor me zijn.  Als je nog maar even te leven zou hebben, wat is dan belangrijk? Toen ik in mei dit jaar in het ziekenhuis in de gaten kreeg dat het wel eens heel fout af kon lopen vertelde ik het de directe mensen om me heen en belde de drie belangrijke die er niet bij konden zijn. Ik, die altijd dacht hele verhalen te moeten vertellen (en dat ook doe als ik de tijd heb, zoals u nu merkt), wist dat er maar één ding gezegd moest worden: ik houd van je! En ik wist zonder te vragen, dat zij voor mij een kaarsje opstaken. In de koestering van hun licht ging ik de spoedoperatie in. Als het mis was gegaan was ik met de kracht en warmte van hun liefde vertrokken. Toen ik wakker werd aan deze levende kant, was mijn hele wereld anders. Veel ballast verdween en wat bleef was het licht van al die kaarsjes: de hoop en de liefde.

© Esther van der Werf - 26 september 2016

 

 

Lege rekken…

Het is misschien een beetje gek, maar ik ben gehecht aan de winkel in ons dorp. De winkel waar een oplossing gezocht wordt als je je portemonnee eens vergeten bent, waar ze zonder je rijbewijs te zien je naam kennen en waar je kunt vragen of ze iets voor je willen bestellen. Meestal lukt dat vervolgens ook nog. Altijd behulpzaam en een vriendelijk woord voor hun klanten. Voor mij dus. En dat vind ik prettig. Die winkel in het dorp, zelfs heerlijk lekker dichtbij, bij ons in de straat, gaat twee weken sluiten. Verbouwing. Ik ben natuurlijk heel erg benieuwd naar de nieuwe winkel maar merk ook dat ik me afvraag hoe dat dan moet die twee weken. We zijn geen georganiseerde planners die de boodschappen voor een hele week vooruit doen. Twee dagen vooruitdenken vinden we al heel wat. Het is ook heerlijk om je smaak van die dag te kunnen volgen en te koken waar je zin in hebt. En dus komen we vaak in onze supermarkt. Even snel binnenspringen. Heel vertrouwd vind je alles blindelings. Ik weet waar de tockelroom verstopt staat en welke soorten beschuit ze wel en niet hebben. Geen winkelapp nodig. Voor een dorpswinkel hebben ze verrassend veel, ik vraag me vaak af hoe dat werkt met steeds weer die nieuwe producten op de markt. Verdwijnen er dan oude, die ik blijkbaar dan dus niet mis? Is dat waarom ze nu gaan verbouwen? Meer ruimte en meer aanbod voor ons, de klant? De rekken raken leeg, geven een onbehaaglijk gevoel van hamstertijden die ik dan toch direct met oorlog in verband breng. Nooit zelf meegemaakt en toch raken de kaal ogende schappen me in mijn bestaansgevoel. Onderstrepen ook onze overvloed. Het raakt me ergens in het gevoel dat niets zeker is en mensen in bijvoorbeeld de Oekraïne ook ineens voor vreemde taferelen stonden. Met een triest gevoel loop ik de supermarkt uit. Buiten realiseer ik me dat zij over twee weken weer open gaan, met een weelde van producten die ons weer verleiden tot inname van zeeën calorieën. Geen idee waarom, maar die gedachte stemt me weer vrolijk, ook al mag ik zelf me niet in die zee van verleiding mee laten sleuren. Het idee dat onze dorpswinkel straks weer met rijkelijk gevulde schappen, het stralend middelpunt van onze boodschappentour is, stemt mij dankbaar. Ons hamsteren is maar voor twee weken.

© Esther van der Werf – 11 augustus 2014

 

 

Gewoon even niets…

Voor je vakantie werk je je uit je naad, om alles af te hebben voor je weg gaat. Na je vakantie onderga je hetzelfde ritueel om alles bij te werken wat in je vakantie is binnengekomen. Is vakantie een illusie? En dan het gedoe eer je je koffers hebt ingepakt: bent u iemand van lijstjes wat er mee moet? Of gaat het in totale chaos op de laatste minuut? Ik ben van lijstjes en toch chaos. Ik ren rond, leg alles op het bed klaar, jaag heren en kat de deur uit en pak geconcentreerd in. Uiteindelijk komt alles goed en zit toch alles in het koffer wat echt mee moet. Als we met het vliegtuig ergens heengaan betrap ik me op een licht misselijk gevoel. Zo’n gevoel van op schoolreis gaan maar toch anders. Want tegelijk ook weer niet willen gaan.

Maar deze zomer staat het ultieme gepland. Helemaal niets! Ik ga het echt doen, deze zomer. Lui niets doen. Kunt u het nog? Ik merk dat ik het niets doen, wat ik als kind goed beheerste niet meer heb. Urenlang in de regen staren vanaf de vensterbank van mijn kamer. Door de velden fietsen, niet weten waarheen. Op je rug in de blakerende zon liggen, onder ruisende populieren. Fantaseren met buurmeisje Marian over hoe ons huis er later uit zou zien. Hoe zou het hare eruit zien nu? Ik weet niet meer wat ik toen anders wilde dan het huis waarin ik woonde, vast van alles. Feit is dat er niets veranderd is, na wat omzwervingen ben ik er weer: ik woon in mijn ouderlijk huis. Ziet u hoe het werkt? Ik wilde lui niets doen, als goed begin van deze zomer. In het niets doen dwaal ik al af naar van alles doen.

Deze zomer laat ik het echt eens gebeuren. Doe lui niets. Met een boek quasi lezend in de ligstoel. Oh, hoeft dat niet? Dat quasi? Mag ik zomaar lui zijn? Midden op de dag een tukje doen? Zomaar gaan wandelen? Met mijn voeten in de zandbak? Midden op de dag tv kijken? In het kinderzwembadje afkoelen. Of me vervelen. Dat eindeloze niets van vroeger terughalen. Een ellenlange zomer creëren. Uit niets. Ik ga het proberen. Gelukkig heb ik nog wat dingen gepland staan waarvoor ik voorbereidingen mag doen. Dus als het niets doen nou niet lukt, hoef ik me niet te vervelen. Tenzij ik het laat liggen en het me lukt me te vervelen…..

Zou het zo werken? Komt er van niets toch altijd iets en is dat nou net de clou van het hele niets? Ik weet niet wat er komt, maar het feit dat even niets hoeft is toch echt al iets. Iets fijns. En of we ons daarna weer uit onze naad mogen werken, zien we dan wel weer…

Ik wens u een fijne zomer, met heel veel niets, gewoon even niets. Dat moet toch lukken? Minstens een dag?

© Esther van der Werf - 11 juli 2014

 

 

Doet u mee?

Mijn vader schudde zijn hoofd als er weer een troepje in huis kwam waarvan je wel kon voorspellen dat het een maand later al niet meer bekeken zou worden. Containerwerk noemde hij het. Wij lachten en waren er blij mee. Dat is nog steeds niet anders. De jeugd vindt troepjes leuk en vele ouderen schudden hun hoofd. Zij weten dat het van korte duur is.

Waar zou het vandaan komen? Dit leuk vinden van dingen die over korte tijd onze interesse niet meer hebben en in een hoek op zolder belanden, of verstandiger: direct de prullenbak in gaan? Was dit vroeger ook al zo? Begon het misschien met de spaarzegels bij de koffie, voor gratis artikelen?

Gezamenlijk enthousiast volgen van gedrag gedurende een bepaalde periode. Een rage. Het gebeurt voor veel dingen. Muziek, winkelacties, voetbal. Ik zie me nog flippo’s sparen. Ze zaten in de chipszakken. Nooit zoveel chips gegeten als toen.

We hebben nu net de superhelden spaaractie gehad, we gaan over op de WK hamsters en de tooiveren, kleden ons in gekke oranje gewaden die juichpakken genoemd worden. De jeugd punnikt massaal elastieken armbandjes. Op dit moment veelal in oranje en rood wit blauw.

Is het belachelijk? Is het overdreven? Volgens de Nederlander uit 1950, beslist.

Onnodig, verspillend, belachelijk. Of is het vermakelijk, verbindend, geeft het voldoening en plezier ?

Ik geniet intens van dit volksvermaak. Ik geniet dat het belachelijke mág. Dat we in een land leven waar dit kan. Ik geniet ook van de pret van kinderen bij de winkelacties. De lol van het verzamelen. Het enthousiasme bij uitpakken van een superheld, die ze nog niet hadden. Het ruilen.

Ik word vrolijk als ik een volwassen man zie in een juichpak, met een oranjepruik op en een toeter die hij bij elk doelpunt luid laat horen. Hij durft gek te doen. Ik word vrolijk als ik kinderen met gepunnikte elastieken armbandjes zie lopen. Ik word nog vrolijker als ik de papa’s, mama’s, opa’s en oma’s ermee zie lopen. Zij tonen vooral hun liefde voor de maker. Elk zinnig denkend mens weet dat al deze artikelen idioterie zijn, dat je compleet voor schut loopt met juichpak en plastic armbandjes. En is dat niet juist wat het leven zo leuk maakt? Ons land zo leuk maakt?

Onze zoon wil het ook, zo’n een punnikdingetje en veel kleurrijke elastiekjes. Ik hoop dat ik een zelfgepunnikt armbandje van hem kado ga krijgen. Ik hoef niet zo nodig aan alle gekte mee te doen, ik kies wat ik leuk vind. In alle rages en volksvermaak geniet ik vooral van wat kan en mag. Het leven is al serieus genoeg. Laat ons vooral liefhebben en een beetje lachen om onszelf. Lekker maf doen. Gaat u ook in het oranje vanavond?

© Esther van der Werf – 6 juli 2014

 

 

 

Jong, oud, het zijn maar woorden.

 

We vinden zo van alles. Een vrouw van 66 die haar man verliest, zal haar huis wel te groot gaan vinden. Veel vragen worden op haar afgevuurd. Of erger nog; stellingen gedeponeerd. ‘Je zult wel kleiner willen gaan wonen, die tuin is veel te groot voor je.’ Hoezo? Ik snap het niet. Waarom hebben we van die meningen over wat iemand moet doen?

 

Ze is nu tien jaren verder, een dappere vrouw van 76. Ik zie haar het gras maaien, elke dag een uurtje schoffelen. Ze heeft haar eigen sociale contacten, helpt haar 85 jaar jonge zus in haar café in Heythuysen. Als je iets met haar samen wilt doen, zul je het moeten afspreken.

 

Haar drie zonen komen af en toe helpen, bij echt grote zaken zoals een boom omzagen. Ze hebben er veel plezier bij. Het is fijn om moeder te kúnnen en mógen helpen, fijn om met zijn drietjes als broers thuis te zijn. Als veertiger kind te zijn in moeders tuin, de tuin van hun jeugd.

 

Ze leert met een Ipad omgaan als ze 74 is, ze regelt de meest zaken in haar leven zelf. Daar waar nodig, vraagt ze om hulp. Hoezo in een appartement gaan wonen als je daar zelf nog niet aan toe bent? Ik lach, als ik aan al die stellingen van toen denk. Ze liet iedereen mooi kletsen en ging haar eigen gang.

 

Ik kom hen, in mijn werk als schrijfdocent en in mijn vrijwilligerswerk voor de KBO, gelukkig veel tegen: mensen die in een ouder wordend lijf een jonge geest weten te houden. Ik geniet intens van hen die zich niet gek laten maken en het leven op hun eigen manier leuk weten te maken. Ondanks alles wat zo lastig kan zijn aan het ouder worden. In mijn cursuslokaal heb ik een kaart staan met daarop de Engelse woorden van George Burns: “Young, old, just words” en zo is het: jong, oud, het zijn maar woorden.

 

© Esther van der Werf – 23 april 2014

 

 

RAKKETAKKETAK

 

RAKKETAKKETAK, pschh. Wat een enge geluiden. Ik wil hier uit. Mijn hoofd registreert dat dat niet kan. Mijn gevoel zegt maar één ding; weg hier!

 

Muurvast zit ik. Een beugel om mijn schouders. Ik knijp de hand van mijn vriend fijn, doe eerst mijn ogen dicht en dan toch maar weer open. De weg naar boven lijkt eindeloos te duren. Feitelijk enkele seconden, in mijn werkelijkheid een oneindigheid van momenten met stokkende adem. 

Dan bereiken we het angstaanjagendste hoge punt. Een bloedstollende seconde lang wil ik tegenhouden wat niet meer tegen te houden is: in een swingende draai worden we ’t diepe in gegooid. Waarom doe ik dit? Ik wil hier uit! We gaan te pletter vallen! Het karretje maakt een wervelende draai en het enige dat ik tijdens deze enge rit zeg, zeg ik in die draai. Één enkel woord: “mama!” 

Mijn vriend, die later mijn man wordt, mag er nog jaren smakelijk over verhalen. Heel moedig probeer ik nog enkele van die krengen, want ik schijn het toch echt leuk te moeten vinden. En dan eindelijk, eindelijk, eindelijk na vele enge ritjes stap ik in die hele enge in het donker waar je dus echt meent dat je doooooooood gaat..... Eindelijk ben ik zover dat ik hardop durf te zeggen; “ik vind dit niet leuk”. 

‘Ik pas wel op alle tassen’, roep ik voortaan vrolijk als er weer zo’n ding in zicht komt. RAKKETAKKETAK, achtbanen, ik bekijk ze vanaf ’t terras met een lekkere kop thee. Heerlijk, dát is leuk! 

 ©Esther van der Werf

 
 
 

Ik ben van

babyboomers in de flowertijd

van zonnefeesten en wolkbreuken

van dromen op de vensterbank

en luisteren naar populieren

van kromgebogen doortrappen

en marathon naar eindstrepen

van vulkanische explosies

en creatieve chaos

van reflecterende zoektocht

en ontploffende agenda

van omgekeerde volgordes

en structuur op eigen wijze

van vangen van emoties

en dansen in de storm

van een vol en roerig verleden

en geland, leven in het nu

Ik ben zoveel en nog meer

 

©Esther van der Werf 24-11-2013