jtemplate.ru - free extensions for joomla

Woord

Mijn woorden....

Op deze pagina deel ik graag mijn teksten. Vanalles wat mij op mijn pad komt. Van fragmenten uit mijn levensverhaal, tot gedichten over iets waar ik mij over verwonder, tot overdenkingen over zaken uit onze leefwereld. En zoveel meer....

 

 

De negen eendjes

Ik doe echt mijn best mijn mond te houden. Serieus. Ik vind oprecht dat ieder zijn eigen verantwoordelijkheid draagt en dat ieders eigenheid belangrijk is. Als je het wilt doen, wie ben ik dan om daar iets over te zeggen? En toch, toch zijn er van die dagen dat mijn lippen pijnlijk aanvoelen, mijn tong rauw. Van het dichthouden, bijten, niets zeggen, niet mee bemoeien. Niet dat verhaal delen van die twee keren dat...

En dan zit ik in de wachtkamer van het UMC+ voor de MRI (omdat het leven nou eenmaal ook vanzelf zooi op je pad brengt zonder dat daar iets aan had kunnen veranderen) en daar ligt dan dat tijdschrift. Zo'n tijdschrift dat ik echt nog nooit ergens ben tegengekomen. Ik blader zonder eerst de kaft te bekijken. Het gaat over allerlei verslavingen. En dan lees ik 'Mythes over tabaksverslaving'.Vooral het deel over de eendjes raakt me.

 Ik hoor mijn vader nog zeggen:

'mijn vader rookte stevige sigaren en werd 94,

gerookt vlees houdt het langst,

ergens moet je aan doodgaan'

En zo is het. Ergens moet je aan doodgaan. Hij stierf aan longkanker met uitzaaiingen (tumor) in de hersenen. Exact, echt helemaal exact hetzelfde als mijn moeder elf jaar eerder. Hij werd 72, zij 54. Ik kan het niet helpen, maar elke keer wanneer ik iemand zie roken, vraag ik me toch af hoe het zou zijn gelopen zonder het effect ‘sigaretten’ in hun longen. Waren ze nu dan nog bij ons? Ergens voel ik me toch door hen in de steek gelaten. Nee dat bedoelden ze niet zo, maar de feiten liggen er wel. Zij horen bij die negen eendjes die de overkant niet redden. Sja, ik zie de roker en dan is daar toch vooral dat geloof in ieders eigenheid en druk ik mijn lippen stijf op elkaar. Mijn handen ballen tot vuisten, ik probeer het beeld van zowel mams als paps laatste dagen, diep naar adem snakkend, te verbannen en ik loop door.

©Esther van der Werf - 31 mei 2018 (anti-tabaksdag)

 

Oh ja...

Beste rokende lezer, dit is 'slechts' mijn verdriet.

Doe hier vooral mee wat u goed dunkt.

Het is uw leven én uw dood.

Groet Esther

 

 
Esther van der WerfIMG 7188zozieje

 

Beloftes….

 

Precies dezelfde strakblauwe hemel als vijfentwintig jaar later. De zon warmde zich in de ochtend al op voor de dertig graden die ze later die dag zou brengen. Mijn moeder kwam te laat terug van de kapper omdat ze op de terugweg bij een ongeluk assisteerde. Het bruidsboeket vond ik ronduit lelijk geworden. Ik zei er niets van. Waarom het überhaupt belangrijk was? Het zullen de zenuwen van de dag en mijn, toen nog vaak allesoverheersende, hang naar perfectie wel geweest zijn. Het relativeren kwam later pas goed in mijn leven.

 

De belofte en schittering in de ogen van mijn bruidegom daarentegen waren ook toen al het belangrijkste. Mijn ogen straalden vast op dezelfde manier. Mijn opa’s en oma’s waren er allemaal nog bij. Mijn ouders en schoonvader leefden toen ook nog. Van de lieve mensen op familiefoto, op de trappen van de basiliek, is de helft niet meer bij ons. Van opa’s en oma’s verwacht je dat wel. Van je ouders niet. Gelukkig hebben we nog één moeder over, zijn onze broers en zus er nog. En erbij kwamen ons kind, andere kinderen, aangetrouwden, vrienden en familie bij. Vandaag voelt het samenzijn kwetsbaarder. Geen beloftes. Slechts zijn. Vandaag. Nu.

 

Toen wij trouwden hadden we net ons horecabedrijf gekocht. Ik bedacht me toen dat we in het jaar 2016 veel te vieren zullen hebben. Beiden vijftig jaar (dat leek ondenkbaar want bijna bejaard), zilveren bruiloft en de zaak ook vijfentwintig jaar. Geen moment denk je er dan over na dat dingen misschien iets anders gaan lopen. Ohh jeugdig vertrouwen. De zaak verkochten we na negen jaren hard werken. Er kwamen niet de drie ‘geplande’ kinderen, wel een prachtige zoon waar we intens van genieten en dankbaar voor zijn. En dit jaar bracht ook, dat samen oud worden ineens niet zo vanzelfsprekend is. Door de jaren heen sneuvelden veel vanzelfsprekendheden. Beloftes slaan steeds meer om in uitgesproken hoop.

 

En dan ineens, als uit het niets, is deze dag er. Een stralende dag met een nog stralender gevoel. Ik ben er. We zijn er samen. Geen groots feest vandaag. Daar hebben we, door negen jaren bruiloften verzorgen, zelf niet meer zo’n behoefte aan. Groots zit steeds meer in klein. Ons geluk zit in de momenten samen. Nu vieren we in kleine brokjes, die voor mijn tijdelijk geknakte energie te behappen zijn. Met intense aandacht voor de lieve mensen om ons heen.

 

Een stralend blauwe hemel, de belofte van een warme dag. Niets is nog vanzelfsprekend. Elk moment samen proef ik als kostbaar. Ik zeg dank.

 

©Esther van der Werf - 30 augustus 2016

 

 

Lege rekken…

Het is misschien een beetje gek, maar ik ben gehecht aan de winkel in ons dorp. De winkel waar een oplossing gezocht wordt als je je portemonnee eens vergeten bent, waar ze zonder je rijbewijs te zien je naam kennen en waar je kunt vragen of ze iets voor je willen bestellen. Meestal lukt dat vervolgens ook nog. Altijd behulpzaam en een vriendelijk woord voor hun klanten. Voor mij dus. En dat vind ik prettig. Die winkel in het dorp, zelfs heerlijk lekker dichtbij, bij ons in de straat, gaat twee weken sluiten. Verbouwing. Ik ben natuurlijk heel erg benieuwd naar de nieuwe winkel maar merk ook dat ik me afvraag hoe dat dan moet die twee weken. We zijn geen georganiseerde planners die de boodschappen voor een hele week vooruit doen. Twee dagen vooruitdenken vinden we al heel wat. Het is ook heerlijk om je smaak van die dag te kunnen volgen en te koken waar je zin in hebt. En dus komen we vaak in onze supermarkt. Even snel binnenspringen. Heel vertrouwd vind je alles blindelings. Ik weet waar de tockelroom verstopt staat en welke soorten beschuit ze wel en niet hebben. Geen winkelapp nodig. Voor een dorpswinkel hebben ze verrassend veel, ik vraag me vaak af hoe dat werkt met steeds weer die nieuwe producten op de markt. Verdwijnen er dan oude, die ik blijkbaar dan dus niet mis? Is dat waarom ze nu gaan verbouwen? Meer ruimte en meer aanbod voor ons, de klant? De rekken raken leeg, geven een onbehaaglijk gevoel van hamstertijden die ik dan toch direct met oorlog in verband breng. Nooit zelf meegemaakt en toch raken de kaal ogende schappen me in mijn bestaansgevoel. Onderstrepen ook onze overvloed. Het raakt me ergens in het gevoel dat niets zeker is en mensen in bijvoorbeeld de Oekraïne ook ineens voor vreemde taferelen stonden. Met een triest gevoel loop ik de supermarkt uit. Buiten realiseer ik me dat zij over twee weken weer open gaan, met een weelde van producten die ons weer verleiden tot inname van zeeën calorieën. Geen idee waarom, maar die gedachte stemt me weer vrolijk, ook al mag ik zelf me niet in die zee van verleiding mee laten sleuren. Het idee dat onze dorpswinkel straks weer met rijkelijk gevulde schappen, het stralend middelpunt van onze boodschappentour is, stemt mij dankbaar. Ons hamsteren is maar voor twee weken.

© Esther van der Werf – 11 augustus 2014

 

 

Gewoon even niets…

Voor je vakantie werk je je uit je naad, om alles af te hebben voor je weg gaat. Na je vakantie onderga je hetzelfde ritueel om alles bij te werken wat in je vakantie is binnengekomen. Is vakantie een illusie? En dan het gedoe eer je je koffers hebt ingepakt: bent u iemand van lijstjes wat er mee moet? Of gaat het in totale chaos op de laatste minuut? Ik ben van lijstjes en toch chaos. Ik ren rond, leg alles op het bed klaar, jaag heren en kat de deur uit en pak geconcentreerd in. Uiteindelijk komt alles goed en zit toch alles in het koffer wat echt mee moet. Als we met het vliegtuig ergens heengaan betrap ik me op een licht misselijk gevoel. Zo’n gevoel van op schoolreis gaan maar toch anders. Want tegelijk ook weer niet willen gaan.

Maar deze zomer staat het ultieme gepland. Helemaal niets! Ik ga het echt doen, deze zomer. Lui niets doen. Kunt u het nog? Ik merk dat ik het niets doen, wat ik als kind goed beheerste niet meer heb. Urenlang in de regen staren vanaf de vensterbank van mijn kamer. Door de velden fietsen, niet weten waarheen. Op je rug in de blakerende zon liggen, onder ruisende populieren. Fantaseren met buurmeisje Marian over hoe ons huis er later uit zou zien. Hoe zou het hare eruit zien nu? Ik weet niet meer wat ik toen anders wilde dan het huis waarin ik woonde, vast van alles. Feit is dat er niets veranderd is, na wat omzwervingen ben ik er weer: ik woon in mijn ouderlijk huis. Ziet u hoe het werkt? Ik wilde lui niets doen, als goed begin van deze zomer. In het niets doen dwaal ik al af naar van alles doen.

Deze zomer laat ik het echt eens gebeuren. Doe lui niets. Met een boek quasi lezend in de ligstoel. Oh, hoeft dat niet? Dat quasi? Mag ik zomaar lui zijn? Midden op de dag een tukje doen? Zomaar gaan wandelen? Met mijn voeten in de zandbak? Midden op de dag tv kijken? In het kinderzwembadje afkoelen. Of me vervelen. Dat eindeloze niets van vroeger terughalen. Een ellenlange zomer creëren. Uit niets. Ik ga het proberen. Gelukkig heb ik nog wat dingen gepland staan waarvoor ik voorbereidingen mag doen. Dus als het niets doen nou niet lukt, hoef ik me niet te vervelen. Tenzij ik het laat liggen en het me lukt me te vervelen…..

Zou het zo werken? Komt er van niets toch altijd iets en is dat nou net de clou van het hele niets? Ik weet niet wat er komt, maar het feit dat even niets hoeft is toch echt al iets. Iets fijns. En of we ons daarna weer uit onze naad mogen werken, zien we dan wel weer…

Ik wens u een fijne zomer, met heel veel niets, gewoon even niets. Dat moet toch lukken? Minstens een dag?

© Esther van der Werf - 11 juli 2014

 

 

Doet u mee?

Mijn vader schudde zijn hoofd als er weer een troepje in huis kwam waarvan je wel kon voorspellen dat het een maand later al niet meer bekeken zou worden. Containerwerk noemde hij het. Wij lachten en waren er blij mee. Dat is nog steeds niet anders. De jeugd vindt troepjes leuk en vele ouderen schudden hun hoofd. Zij weten dat het van korte duur is.

Waar zou het vandaan komen? Dit leuk vinden van dingen die over korte tijd onze interesse niet meer hebben en in een hoek op zolder belanden, of verstandiger: direct de prullenbak in gaan? Was dit vroeger ook al zo? Begon het misschien met de spaarzegels bij de koffie, voor gratis artikelen?

Gezamelijk enthousiast volgen van gedrag gedurende een bepaalde periode. Een rage. Het gebeurt voor veel dingen. Muziek, winkelacties, voetbal. Ik zie me nog flippo’s sparen. Ze zaten in de chipszakken. Nooit zoveel chips gegeten als toen.

We hebben nu net de superhelden spaaractie gehad, we gaan over op de WK hamsters en de tooiveren, kleden ons in gekke oranje gewaden die juichpakken genoemd worden. De jeugd punnikt massaal elastieken armbandjes. Op dit moment veelal in oranje en rood wit blauw.

Is het belachelijk? Is het overdreven? Volgens de Nederlander uit 1950, beslist.

Onnodig, verspillend, belachelijk. Of is het vermakelijk, verbindend, geeft het voldoening en plezier ?

Ik geniet intens van dit volksvermaak. Ik geniet dat het belachelijke mág. Dat we in een land leven waar dit kan. Ik geniet ook van de pret van kinderen bij de winkelacties. De lol van het verzamelen. Het enthousiasme bij uitpakken van een superheld, die ze nog niet hadden. Het ruilen.

Ik word vrolijk als ik een volwassen man zie in een juichpak, met een oranjepruik op en een toeter die hij bij elk doelpunt luid laat horen. Hij durft gek te doen. Ik word vrolijk als ik kinderen met gepunnikte elastieken armbandjes zie lopen. Ik word nog vrolijker als ik de papa’s, mama’s, opa’s en oma’s ermee zie lopen. Zij tonen vooral hun liefde voor de maker. Elk zinnig denkend mens weet dat al deze artikelen idioterie zijn, dat je compleet voor schut loopt met juichpak en plastic armbandjes. En is dat niet juist wat het leven zo leuk maakt? Ons land zo leuk maakt?

Onze zoon wil het ook, zo’n een punnikdingetje en veel kleurrijke elastiekjes. Ik hoop dat ik een zelfgepunnikt armbandje van hem kado ga krijgen. Ik hoef niet zo nodig aan alle gekte mee te doen, ik kies wat ik leuk vind. In alle rages en volksvermaak geniet ik vooral van wat kan en mag. Het leven is al serieus genoeg. Laat ons vooral liefhebben en een beetje lachen om onszelf. Lekker maf doen. Gaat u ook in het oranje vanavond?

© Esther van der Werf – 6 juli 2014

 

 

 

Jong, oud, het zijn maar woorden.

 

We vinden zo van alles. Een vrouw van 66 die haar man verliest, zal haar huis wel te groot gaan vinden. Veel vragen worden op haar afgevuurd. Of erger nog; stellingen gedeponeerd. ‘Je zult wel kleiner willen gaan wonen, die tuin is veel te groot voor je.’ Hoezo? Ik snap het niet. Waarom hebben we van die meningen over wat iemand moet doen?

 

Ze is nu tien jaren verder, een dappere vrouw van 76. Ik zie haar het gras maaien, elke dag een uurtje schoffelen. Ze heeft haar eigen sociale contacten, helpt haar 85 jaar jonge zus in haar café in Heythuysen. Als je iets met haar samen wilt doen, zul je het moeten afspreken.

 

Haar drie zonen komen af en toe helpen, bij echt grote zaken zoals een boom omzagen. Ze hebben er veel plezier bij. Het is fijn om moeder te kúnnen en mógen helpen, fijn om met zijn drietjes als broers thuis te zijn. Als veertiger kind te zijn in moeders tuin, de tuin van hun jeugd.

 

Ze leert met een Ipad omgaan als ze 74 is, ze regelt de meest zaken in haar leven zelf. Daar waar nodig, vraagt ze om hulp. Hoezo in een appartement gaan wonen als je daar zelf nog niet aan toe bent? Ik lach, als ik aan al die stellingen van toen denk. Ze liet iedereen mooi kletsen en ging haar eigen gang.

 

Ik kom hen, in mijn werk als schrijfdocent en in mijn vrijwilligerswerk voor de KBO, gelukkig veel tegen: mensen die in een ouder wordend lijf een jonge geest weten te houden. Ik geniet intens van hen die zich niet gek laten maken en het leven op hun eigen manier leuk weten te maken. Ondanks alles wat zo lastig kan zijn aan het ouder worden. In mijn cursuslokaal heb ik een kaart staan met daarop de Engelse woorden van George Burns: “Young, old, just words” en zo is het: jong, oud, het zijn maar woorden.

 

© Esther van der Werf – 23 april 2014